Home
Zoeken op onderwerp
Bedrijf & Organisatie
Home  > Bedrijf & Organisatie > Activiteiten > Storten > Wet- en regelgeving

Wet- en regelgeving

Stortverbod

Sinds 2003 geldt er een stortverbod voor brandbaar afval in Nederland. In de daarop volgende jaren is de lijst met stoffen waarvoor een stortverbod geldt verder uitgebreid. Tevens is het verbod meer en meer gericht op stoffen die gerecycled moeten worden (naast of in plaats van verbranden). Zo wil de overheid voorkomen dat er steeds meer kostbare ruimte verdwijnt door het storten van afval.

Vergunning

Elke stortplaats beschikt over een geldige vergunning die door het provinciebestuur is afgegeven. Hierin staat omschreven aan welke voorwaarden de voorzieningen op en rond de stortplaats moeten voldoen en welke controles jaarlijks moeten worden uitgevoerd. Zo wordt bijvoorbeeld het grondwater regelmatig bemonsterd en geanalyseerd.
Ook dient de stortplaats voorzien te zijn van een gasonttrekkingssysteem. De resultaten van deze voorgeschreven controles en metingen moeten wij aan de provincie - de vergunningverlener - overleggen. Zo controleert zij of het bedrijf zich wel houdt aan de wetgeving en de regels in de vergunning. Niet alle stortlocaties zijn hetzelfde. Op sommige stortplaatsen mag bijvoorbeeld gevaarlijk afval en/of asbesthoudend afval gestort worden. Ook dit is vastgelegd in de betreffende vergunning.

Stortplaatsen moeten volgens de geldende wetgeving voorzien worden van een waterdichte afdichting aan de onder- en bovenzijde. Dit moet voorkomen dat regenwater in de stortplaats doordringt, in aanraking komt met afval en zo risico’s voor verontreiniging van het milieu veroorzaakt.