Home
Zoeken op onderwerp
Bedrijf & Organisatie
Home  > Bedrijf & Organisatie > Nieuws  > Blog > Hoe kan Nederland voldoen aan “Het 4 promille initiatief” uit het Parijs Klimaatakkoord?

Hoe kan Nederland voldoen aan “Het 4 promille initiatief” uit het Parijs Klimaatakkoord?

Hoe kan Nederland voldoen aan “Het 4 promille initiatief” uit het Parijs Klimaatakkoord?

Het 4 promille initiatief: Bodem voor voedsel en klimaat
Nederland heeft zich eind vorig jaar gecommitteerd aan het klimaatakkoord in Parijs. CO2-emissies moeten verder worden gereduceerd. CO2 ontstaat onder andere doordat koolstof reageert met zuurstof. Een onderdeel van het Klimaatakkoord is daarom dat ondertekenaars zich inspannen om koolstof vast te leggen in de bodem. Meer specifiek: ondertekenaars waaronder Nederland willen het koolstofgehalte van de bodem jaarlijks met 0,04 procent laten stijgen. Op die manier snijdt het mes aan twee kanten. Je legt koolstof vast in de bodem wat goed is voor het klimaat én je verbetert de vruchtbaarheid van de bodem. Koolstof is namelijk ook onmisbaar voor elk organisme op onze planeet.

De Nederlandse spagaat
In Nederland heeft het mes echter nog een derde kant. Als je het koolstofgehalte verhoogt leidt dat tot meer uitspoeling van stikstof en fosfaat. Nederland zit feitelijk in een drievoudige spagaat. Hoe kun je gelijktijdig voldoen aan de klimaatdoelstellingen, het behoud van biodiversiteit en de nitraatrichtlijn?

Tot op heden volgt de Nederlandse overheid het uitgangspunt dat de kwaliteit van de Nederlandse bodem uitstekend is en dat extra aanvoer van organische stof niet nodig is. Ondanks dat we weten dat we met onze intensieve landbouw meer organische stof onttrekken dan toevoegen. De focus ligt op het behalen van de nitraatrichtlijn en die voorziet in een maximale aanvoer van stikstof en fosfaat. Voor een land met een mestoverschot is dat al een enorme uitdaging.

De vraag blijft: hoe gaat Nederland dan wel invulling geven aan de 4 promille afspraak uit het klimaatakkoord?

Lessen uit Europa
In andere Europese regio’s zoals Vlaanderen en Oostenrijk gaan ze heel anders om met bodemvruchtbaarheid. Daar wordt organische stof gezien als de sleutel tot bodemvruchtbaarheid. In Oostenrijk worden akkerbouwers beloont als ze kunnen aantonen dat het organisch stofgehalte van de bodem is toegenomen. Per ton CO2 die is aangevoerd en aantoonbaar heeft geleid tot een verhoging van het organisch stofgehalte ontvangt de akkerbouwer 30 euro per ton CO2.

In Vlaanderen moet de bodem aan minimale koolstofeisen voldoen. Indien dat niet het geval is, zijn akkerbouwers verplicht extra organische stof aan te voeren. In beide landen zal de nitraatproblematiek wellicht geringer zijn dan in Nederland maar wordt het belang van organische stof serieus onderkend daar waar het door de beleidsmakers in Nederland wordt genegeerd.

En nu?
Een koolstoftoename van 4 promille per jaar komt overeen met circa 500 kg effectieve organische stof. 500 kg effectieve organische stof komt overeen met circa 3 ton compost per hectare. Daarmee voer je slechts 10 kg extra fosfaat per hectare aan. Als je het zo bekijkt is de oplossing toch simpel! Elke boer en landeigenaar zou verplicht jaarlijks minimaal 500 kg effectieve organische stof in de vorm van compost of een ander bodem-verbeterend middel moeten aanwenden per hectare grond. Dit kan worden vastgelegd in de nieuwe Meststoffenwet.

2015 was het jaar van de bodem. Laat 2016 en alle volgende jaren ook het jaar van de bodem zijn, waarbij we dan ook nog voldoen aan het 4 promille initiatief uit het Klimaatakkoord Parijs.

Tim Brethouwer
Attero