Home
Zoeken op onderwerp
Bedrijf & Organisatie
Home  > Bedrijf & Organisatie > Nieuws  > Blog > Waar blijft de ambitie van overheden om duurzaam in te kopen?

Waar blijft de ambitie van overheden om duurzaam in te kopen?

Van tien procent circulair inkopen naar vijftig procent circulair inkopen

Het overheidsbeleid Van Afval Naar Grondstof (VANG) is inspirerend en eenvoudig uit te leggen. We bewegen samen

  • van een lineaire economie
  • naar een recycling economie
  • naar een circulaire economie.

De overheid wil het beleid in nauwe samenwerking met het bedrijfsleven en gemeenten uitvoeren. Dat is in mijn ogen ook de juiste weg. Maar dat kan niet betekenen dat de overheid weg kan kijken als ze eigenlijk een steentje zou moeten bijdragen. Dan doel ik op het duurzaam inkopen van de overheid. Of liever gezegd, op het veelal ontbreken van duurzaam inkopen. Wat is nodig aan duurzaam inkoopbeleid om het circulaire economische vliegwiel aan het draaien te krijgen?

Het stellen van doelen

In de VANG-doelstellingen is opgenomen dat in tien jaar tijd de hoeveelheid restafval dat verbrand wordt moet zijn gehalveerd en dat in 2020 75 procent van het huishoudelijk afval gescheiden ingezameld moet worden. Er zijn vooralsnog weinig doelstellingen voor gemeenten voor recycling. Uitzondering hier op is het kunststof verpakkingsafval. Zo is er bijvoorbeeld afgesproken dat in 2022 52 procent van het kunststof verpakkingsafval wordt hergebruikt. Dat betekent dat een gemeente ervoor moet zorgen dat het kunststof wordt ingezameld, gesorteerd en wordt verkocht aan een recycler. Een systeem dat in Nederland prima loopt.

Het creëren van markten

Laten we even voortborduren op kunststof. In het Circular Economy Package van de EU is gesteld dat in 2025 55 procent van het kunststof gerecycled moet worden. In Europa betekent dat de hoeveelheid secundaire kunststof op de markt toeneemt van circa acht miljoen ton nu naar veertien miljoen ton in 2025. Waar gaan we al dat kunststof laten? Daar zullen markten voor gecreëerd moeten worden. Er worden nu al volop mooie producten gemaakt van kunststofregranulaat, maar met een lage olieprijs is dit geen vetpot.

Producenten zoals Coca-Cola geven het goede voorbeeld

Idealiter is er een systeem waarbij er zo’n grote vraag is naar regranulaat dat er ook geen subsidies meer nodig zijn om het circulaire vliegwiel aan de gang te houden. Tweede Kamerleden en de gemeenten spreken daarom het verpakkend bedrijfsleven er op aan. Zij moeten branche verduurzamingsplannen opstellen waarin doelstellingen worden opgenomen voor het toepassen van meer regranulaat. Daar zijn al mooie voorbeelden van. Bijvoorbeeld alle PET-flessen die Coca-Cola in Nederland op de markt brengt, bestaan gemiddeld nu al voor 32 procent uit gerecycled PET (rPET).

En nu de overheid nog

Volgens het Circulair Economy Package (klik hier) kan de overheid zelf ook haar steentje bijdragen in het creëren van markten. Maar liefst twintig procent van de Europese markt voor goederen en diensten wordt ingekocht door overheden. Ik vind dat Nederlandse overheden nu nog niet het goede voorbeeld geven. De motie van Tweede Kamerleden Cegerek en Van Veldhoven om als overheid in 2020 tien procent circulair in te kopen is al wel aangenomen (klik hier). Maar stel dat we tegen die tijd in Nederland vijftig procent recyclen, dan bestaat (uitgaande van een gelijkblijvend consumentisme) ook weer vijftig procent van onze op de markt gebrachte grondstoffen uit secundaire grondstoffen. Als de overheid dan tien procent van haar inkopen bestaan uit secundaire grondstoffen (en daarmee negentig procent uit primaire/virgin grondstoffen), dan neemt de overheid niet haar faire aandeel in de transitie.

Hoe moet het dan wel

Eigenlijk zou de overheid haar inkoopdoelstelling gelijk moeten stellen met de recyclingdoelstelling. Als er vijftig procent gerecycled moet worden, dan zou vijftig procent van het door de overheid ingekochte materiaal moeten bestaan uit gerecycled materiaal. En dan komt de motie van Cegerek/Van Veldhoven nog op zijn pootjes terecht ook. Als de overheid in totaal twintig procent van de Europese markt inkoopt en daarvan vijftig procentuit secundaire grondstoffen bestaat dan wordt door de overheid in 2020 tien procent van de markt circulair ingekocht.

Hoe maken we dit concreet

Als in 2020 tien procent van de markt circulair moet worden ingekocht dan betekent dat de overheid bijvoorbeeld in 2020 47.400 ton kunststof regranulaat zou moeten inkopen (de markt is 474 kton groot). Maar waarom zouden we wachten op 2020? We kunnen vandaag al beginnen. Wat als een overheid in al haar aanbestedingen vanaf vandaag bijvoorbeeld 25 procent van de gunningspunten op het gebruik van secundaire grondstoffen zet. Dus als je bijvoorbeeld als gemeente speeltoestellen inkoopt en een aanbieder heeft een speeltoestel dat voor tachtig procent bestaat uit secundaire grondstoffen dan krijgt de aanbieder tachtig procent van de 25 gunningspunten = 20 gunningspunten. Hetzelfde geldt natuurlijk voor de inzet van andere secundaire grondstoffen zoals bodemverbeteraars voor groenvoorziening, betontegels voor straten, funderingsmateriaal voor wegen, secundaire materialen in beschoeiingen, en ga zo maar door.

Maar is duurzaam inkopen niet duur?

In een bijeenkomst in Nieuwspoort met Vereniging Afvalbedrijven op 14 maart stond Staatssecretaris Sharon Dijksma ook stil bij duurzaam inkopen. Zij ziet het ook als een taak van de overheid om hier mee aan de gang te gaan, maar gaf tegelijkertijd aan dat het mooi zou zijn als duurzaam inkopen ook goedkoper zou zijn. Dat is het echter meestal niet. Als het dat wel was, dan hoefde je ook niet duurzaam in te kopen en kon je gewoon op prijs inkopen zoals dat nu veelal gebeurd door overheden. Nee, dit is iets wat op de korte termijn geld kost, maar op de lange termijn wel geld oplevert. Overheden en bedrijven moeten samen opstaan om het circulaire vliegwiel aan de gang te helpen door duurzaam in te kopen. Als het vliegwiel is aangezwengeld dan ruiken ondernemers kansen en ontstaan er innovaties en schaalvoordelen waardoor de ketenkosten omlaag gaan. En dan kan uiteindelijk de overheid weer gewoon op prijs inkopen!

Robert Corijn, Marketing Manager