Home
Zoeken op onderwerp
Nieuwsbrief

VANG

Veel van de inspanningen om meer PMD in te zamelen hangen samen met de doelstellingen uit het VANG-beleid en Circulaire Economie programma. Hoe staan we er naar verwachting over drie jaar voor? Welke transities moeten nog gemaakt worden?

De VANG-doelstelling is sterk gericht op het reduceren van de hoeveelheid restafval. Dit is uiteraard een goed streven. Om te zorgen dat we ook meer recycling krijgen, is er nog meer nodig. Rijkswaterstaat houdt in haar berekeningen van de hoeveelheid recycling rekening met de vervuiling die wordt meegeleverd met gescheiden inzamelde stromen en doet hier een afslag voor. Daarnaast rekent Rijkswaterstaat ook de nagescheiden fracties kunststof, metalen en drankenkartons mee in de berekening van de VANG-resultaten. Zo ook de metalen die uit bodemas worden teruggewonnen.

Residu in gescheiden ingezamelde stromen is restafval
Gemiddeld bevatten gescheiden ingezamelde stromen volgens Attero circa acht procent residu (restafval). Voor PMD ligt dit dus aanzienlijk hoger. Wat we in Nederland zien is dat de hoeveelheid huishoudelijk restafval wordt gereduceerd maar ook voor een deel verschuift naar bedrijfsafval doordat de vervuiling toeneemt. Bijvoorbeeld restafval dat ongewenst in de PMD-container wordt ingezameld komt als residu uit de sorteerinstallatie en wordt vervolgens als bedrijfsafval-restafval verwerkt.

Als de hoeveelheid huishoudelijk restafval met dezelfde trend blijft dalen en de hoeveelheid residu na opwerking van de gescheiden ingezamelde stromen jaarlijks met vijf procent groeit, dan zal de totale hoeveelheid huishoudelijk restafval zich als volgt ontwikkelen:

vang-schema-1.jpg

In totaal zal er in 2020 nog 3.855 kton huishoudelijk restafval zijn, waarvan 441 kton residu. Per inwoner vertaalt zich tot een hoeveelheid restafval in 2020 van 218 kg. Dit is nog ver verwijderd van de VANG-doelstelling van 100 kg per inwoner.

vang-schema-2.jpg

Maatregelen voor meer recycling
Attero wil graag met alle ketenpartijen streven naar maximale en hoogwaardige recycling. Het is daarvoor belangrijk dat de inzamelsystemen worden geoptimaliseerd op kwantiteit en kwaliteit. Hetzelfde geldt voor de verwerkingstechnieken die ook een optimale balans in kwantiteit en kwaliteit moeten bereiken en daar idealiter ook voor beloond worden in bijvoorbeeld aanbestedingen.


Ook is het belangrijk dat alle ketenpartijen zich bewust zijn wat we in Nederland onder recycling verstaan. In LAP3 is het goed uitgelegd, maar in de praktijk worden allerlei interpretaties gehanteerd. Zo bestaat er bijvoorbeeld volgens LAP3 geen recycling tot biogas maar wordt dit soms wel als zodanig gerapporteerd. Ook is het lang niet bij alle partijen bekend hoe Rijkswaterstaat de afslagen op ingezamelde stromen berekend om tot de VANG-berekening te komen. Het zou mooi zijn als Rijkswaterstaat hier meer informatie over zou verstrekken om deze onduidelijkheden weg te nemen.

Ook zien wij veel potentie voor nascheiding. Er zijn nog zoveel hoogbouwgebieden waar nascheiding een belangrijke bijdrage kan leveren aan meer recycling. We treden hierover graag met gemeenten in gesprek. Heeft u interesse? Laat ons dit weten. Via deze link komt u bij de contactgegevens.

Maatregelen om de ketenkosten van PMD te minimaliseren
Om de ketenkosten van PMD drastisch te verlagen zijn er volgens Attero twee belangrijke knoppen: kwaliteit en vraag. Alle ketenpartijen zouden maximaal moeten inzetten op het inzamelen en produceren van kwaliteit. Dat wil voor Attero zeggen dat we moeten worden geprikkeld om maximaal monostromen te blijven produceren en initiatieven te nemen om kwaliteiten te maken die beter zijn dan de gestelde DKR-kwaliteitsnormen. Dat betekent een afname aan kwantiteit.
Daarnaast is het belangrijk dat de vraag wordt gestimuleerd. Hier wordt in de Europese Commissie nu over nagedacht. Eén van de ideeën is om de producentenverantwoordelijkheid voor verpakkingen op Europees niveau anders vorm te geven. De afvalbeheersbijdrage die producenten moeten afdragen aan hun landelijke ‘Afvalfonds’ zou heel laag (of zelfs nul) zijn als een producent de verpakking grotendeels uit secundaire grondstoffen heeft gemaakt en de ‘design-for-recycling-guidelines’ goed heeft gevolgd. Een producent die alleen virgin materiaal heeft gebruikt en een moeilijk te recyclen verpakking op de markt brengt, betaalt een hoge bijdrage voor recycling.
Deze maatregel zou het vliegwiel van de circulaire economie sterk aandrijven. Ook gemeenten kunnen dit doen door circulair in te kopen en daarbij vooral te letten op het inkopen van producten die gemaakt zijn uit secundaire grondstoffen.