Nieuw TNO-onderzoek: Nederlandse afvalenergiecentrales cruciaal voor Europese circulaire economie, energiezekerheid en klimaatdoelen


Nederlandse afvalenergiecentrales (AEC's) kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan de Europese circulaire economie, energiezekerheid en klimaatdoelen, mits Nederland blijft kiezen voor Europese samenwerking. Dat blijkt uit een nieuwe studie van TNO naar de toekomst van Nederlandse AEC's in een Europese context. Volgens het onderzoek leveren scenario's waarin Nederland inzet op behoud van verwerkingscapaciteit, verwerking van Europese recyclingresiduen en grootschalige CO2-afvang (CCS) aanzienlijk betere klimaatprestaties op dan scenario's waarin de afvalmarkt beperkt wordt tot alleen Nederland.

De studie laat zien dat de rol van afvalenergiecentrales verandert. In geval de Nederlandse recyclingdoelen gehaald zal worden dan neemt het aanbod van Nederlands restafval af, maar tegelijkertijd ontstaan juist nieuwe reststromen uit recycling die verwerkt moeten worden. Bovendien beschikken verschillende Europese lidstaten nog niet over voldoende recycling- en verwerkingscapaciteit. Nederlandse AEC's kunnen deze reststromen verwerken en voorkomen daarmee dat afval elders in Europa wordt gestort, om zodoende aanzienlijke methaanemissies te voorkomen. Nederland heeft in de Global Methane Pledge beloofd acties te nemen om de wereldwijde uitstoot van dit agressieve broeikasgas in 2030 met 30% te verminderen.

TNO: Behoud van AEC-capaciteit voor de EU in combinatie met CCS leidt tot beste klimaatprestatie

Volgens TNO moeten keuzes over afvalverwerking, recycling, import van afvalstromen en CO2-afvang daarom nadrukkelijk in Europese samenhang worden gemaakt. De studie concludeert dat juist een combinatie van behoud van Nederlandse AEC-capaciteit voor de Europese markt, verwerking van recyclingresiduen en investeringen in CCS leidt tot de grootste klimaatwinst.

Voor Nederland sluit dit aan bij de nieuwe nationale circulaire doelstelling om in 2030 voor 50 procent gebruik te maken van secundaire grondstoffen. Voor de sterk exporterende Nederlandse kunststofverwerkende industrie betekent dit de noodzaak om geëxporteerd plastic in de afvalfase terug te halen voor recycling. Bij die recycling ontstaat onvermijdelijk residu. Dat residu kan vervolgens worden benut in Nederlandse afvalenergiecentrales voor de productie van duurzame elektriciteit en warmte, waarmee fossiele brandstoffen zoals geïmporteerd LNG worden vervangen.

Daarnaast kunnen afvalenergiecentrales zelf nog meer kunststoffen uit het restafval terugwinnen door verdere uitbreiding van PMD-nascheiding. Het resterende, niet-recyclebare materiaal wordt vervolgens benut voor energieopwekking. Wanneer deze installaties bovendien grootschalig CO2 afvangen en opslaan, ontstaan sterk negatieve CO2-emissies doordat ook biogene CO2 permanent wordt opgeslagen. Juist deze combinatie levert volgens TNO de grootste bijdrage aan de Europese klimaatdoelen.

De studie onderstreept bovendien dat Europese samenwerking wederkerig is. Nederland maakt daar zelf al dagelijks gebruik van door jaarlijks bijvoorbeeld circa één miljoen ton gevaarlijk afval te exporteren naar gespecialiseerde verwerkingsinstallaties in andere Europese landen, omdat hiervoor nationaal onvoldoende capaciteit beschikbaar is. Diezelfde Europese solidariteit is ook nodig voor de verwerking van recyclingresiduen en niet-recyclebaar restafval.

Attero: kies voor Europees systeem, niet voor nationale eilandpolitiek

Attero ziet de studie als een belangrijke bevestiging dat afval, grondstoffen, energie en klimaat niet langer nationaal kunnen worden benaderd.

"De geopolitieke ontwikkelingen laten zien dat Europa sterker wordt door samen te werken. Dat geldt ook voor grondstoffen, afval en energie. Als Nederland serieus werk wil maken van circulariteit én onze industrie concurrerend wil houden, moeten we onderdeel blijven van een Europees systeem voor recycling en afvalverwerking. Daarmee versterken we onze grondstoffenzekerheid, vervangen we fossiele energie en kunnen we met CO2-afvang zelfs negatieve emissies realiseren. Dat is goed voor Nederland én voor Europa."

Paul Ganzeboom, CEO van Attero

Attero wil de komende jaren fors investeren in uitbreiding van PMD-nascheiding, grootschalige CO2-afvang en -opslag (CCS) en verdere uitbreiding van warmtelevering aan huishoudens en bedrijven. Daarvoor is volgens het bedrijf wel stabiel en voorspelbaar beleid nodig.

"Deze investeringen vragen om langjarige zekerheid," aldus Ganzeboom. "Dat betekent dat Nederland expliciet moet blijven kiezen voor Europese samenwerking op het gebied van afval en recycling. Tegelijkertijd moet worden voorkomen dat Nederlandse afvalenergiecentrales op achterstand worden gezet door de voorgenomen lastenverzwaring van 567 miljoen euro via de plasticheffing of door gedwongen afbouw van verbrandingscapaciteit, terwijl er Europees nog volop behoefte bestaat aan hoogwaardige verwerking van reststromen. Juist nu hebben we deze installaties en een gelijk speelveld nodig om de circulaire economie én de Europese klimaatdoelen mogelijk te maken."

Om u beter van dienst te kunnen zijn, maakt deze website gebruik van Cookies. Door op "Akkoord" te klikken of door gebruik te blijven maken van deze website, gaat u akkoord met het plaatsen van deze cookies.